In het voorjaar van 1913 werd begonnen met het spelen van vriendschappelijke wedstrijden. De eerste tegenstander was de club uit Groenlo, die op eigen terrein met liefst 9-1 werd verslagen. Aangemoedigd door dit succes nodigde WVC daarna enkele verenigingen uit een wedstrijd in Winterswijk te komen spelen. Achtereenvolgens werden "Venus" uit Hengelo met 11-0 en "Vitesse" uit Terborg met 4-1 overwonnen. Op 2 maart 1913 werd de eerste tegenstander van formaat ontmoet: "D.F.C." uit Doetinchem. Deze wedstrijd - in een fikse sneeuwstorm gespeeld, waardoor goed voetbal nagenoeg onmogelijk was - werd met fikse cijfers verloren: 7-1. Ook de returnwedstrijd eindigde in een Winterswijkse nederlaag, maar het krachtsverschil was toen al lang niet zo groot meer, hetgeen ook de cijfers (3-2) uitwijzen.
Door deze prestaties groeide de belangstelling en werd de naam van WVC overal in de omtrek bekend.
Een groot probleem in deze dagen was het vervoer. Het was dikwijls een hele puzzel om op tijd aanwezig te zijn bij een club, waar men op bezoek ging. Veelal werden de afstanden afgelegd per fiets. Doch een fiets was in die dagen een luxe, die zich niet iedereen kon permitteren. Zo gebeurde het dan ook vaak, dat men met 3 man op een karretje er op uittrok Dat hierbij het nodige plezier niet ontbrak, zal men zich wel kunnen indenken.
Fietsverlichting had men nog niet en degene die in het gelukkige bezit was van een kaarslantaarn werd meestal tot kopman benoemd. De rest kwam er wel - zonder verlichting - achteraan.